Gedurende het graveren wordt het gekozen materiaal verdampt door de laserstraal. Om dit resultaat te bereiken wordt de intensiteit van de laserstraal zodanig gekozen dat er boven een specifieke drempelwaarde uitgestegen wordt. Deze drempelwaarde is bijzonder hoog bij materialen die elektrisch conductief zijn, zoals metalen. Het resultaat is vaak een conus vormig gat dat beïnvloed wordt door het profiel van de laserstraal en het warmte geleidingsvermogen van het gekozen materiaal. De lasergraveertechniek is veelal de snelste methode om materiaal te bewerken.
Bij het lasersnijden wordt een plaatvormig materiaal doorgesneden door een gefocusseerde laserstraal. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen lasersmeltsnijden en lasersublimeersnijden. Bij het lasersmeltsnijden wordt het bewerkte materiaal, bijv. acryl, gesmolten en verdampt. Bij het lasersublimeersnijden gaat het materiaal, bijv. hout, direct over van vast naar gas, zonder vloeistoffase.